Csókolom speelt Jószef

“Jij arme ik,
of je het vreselijk vindt of wonderbaar,
niet mijn mond roept, het is de aarde die gromt.”

Het ensemble Csókolom brengt al ruim tien jaar eigentijdse bewerkingen van Hongaarse volksmuziek op podia in Nederland en Duitsland. Gezien het hoge poëtische gehalte en de beeldenrijkdom van de traditionele liedteksten is het niet verwonderlijk dat Anti von Klewitz van Csókolom nu een programma heeft samengesteld waarin de Hongaarse poëzie op de voorgrond staat en de muziek een ondersteunende functie heeft. Misschien spreekt geen dichter, Petöfi uitgezonderd, in zijn poëzie zo hartstochtelijk de taal van de Hongaarse ziel als de jong gestorven dichter Attila József.
Het werk van József wordt in het Hongaars voorgedragen, waarna de Nederlandse vertaling volgt. Er ontstaat een wisselwerking tussen poëzie en muziek. De gedichten worden zo in een groter verband geplaatst, en de inhoud van Józsefs werk wordt het ware op twee niveaus overgebracht. Het programma krijgt daardoor een bijzondere bekoring, die de luisteraar meevoert naar het hart van de poëzie.

Hoe ziet het programma er concreet uit?
Er zijn verschillende varianten mogelijk, waaruit in samenspraak met de organisator een keuze wordt gemaakt, afhankelijk van wat artistiek wenselijk en financieel haalbaar is. Een volledig programma van 2 x 40 minuten bestaat uit Hongaars repertoire van Csókolom, muziek die is gearrangeerd rond de poëzie van József, de voordracht in het Hongaars door actrice Marica Bujáki, de Nederlandse vertaling gelezen door Sander Hoving, en een introductie van de persoon van József. Het ensemble speelt dan in de volledige kwartetbezetting, plus een Hongaarse native speaker. Dit programma kan eventueel ingekort worden tot een enkele set van 25 tot 40 minuten en een triobezetting. Andere vormen in overleg.

Leg je hand

Leg je hand
op mijn voorhoofd
alsof je hand
de mijne was.

Waak over mij alsof
je voor mij zou doden
alsof jouw leven
het mijne was.

Hou van mij alsof
alles goed is
alsof mijn hart
het jouwe was.

Attila Józef, bew. Ankie Peypers