kort en goed



foto Anti von Klewitz (c) Volkskrant
DE TAAL VAN MIJN HART (fragment)

de Volkskrant, ‘Voorkant’ (2e katern)

Interview met Anti von Klewitz door Erik van den Berg

Ze zingt Roemeens en Hongaars, leeft in Berlijn en Amsterdam, en koestert het Servo-Kroatisch. Anti von Klewitz is een grenzeloze violiste. Haar groep Csókolom maakt oeroud transsylvanisch repertoire als nieuw. 'Nederlanders zeggen altijd: we bellen nog.'

Anti von Klewitz heeft zelf geen zigeunerbloed, maar het scheelt niet veel. Met haar kwartet Csókolom speelt ze ruige vioolmuziek uit Transsylvanië; een oeroud geluid, dat even warmbloedig en ongelikt is als de zigeunertraditie waaruit ze put.

Csókolom (Habsburgs-Hongaars voor 'ik kus uw hand') heeft een strenge kant: de bronnen kennen, respect tonen, weten wat je doet. Maar tradities zijn voor Von Klewitz geen gietijzeren wetten. Twee prachtige Csókolom-cd's (May I Kiss Your Hand en Ludo Luda) getuigen van haar stijlgevoel, maar ook van muzikale vrijbuiterij. In wat authentieke dorpsmuziek van de Balkan lijkt, kan een swingende jazz-cadens verstopt zitten, een zweem Parijse musette, of strakke Latijns-Amerikaanse riffs. De zeldzame mix leverde de band laaiende recensies op, tot in Amerika ('wonderfully raw, very unusual repertoire, killer playing'), terwijl Nederland de in Amsterdam gevestigde band nog nauwelijks ontdekt lijkt te hebben.

Anti von Klewitz is net zo kosmopolitisch als haar muziek. Een beetje ongrijpbaar is ze ook. Volgens haar curriculum stamt ze af 'van Silezische adel'. Ze bivakkeert in een verbouwd pakhuis in de Galgenstraat, maar heeft ook een woning in Berlijn. Ze bezit de Duitse nationaliteit, spreekt goed Nederlands, maar beschouwt het Servo-Kroatisch als haar moedertaal en zingt even gemakkelijk in het Hongaars en Roemeens. Haar eerste plaat nam ze op in de Sun Studio's in Memphis, net als Elvis (ze is geen fan). En wie alleen de cd's kent, denkt misschien dat Anti een jongensnaam is: haar zangstem is scherp en androgyn.

'Na afloop van concerten komen mensen vaak op me af. Ze zijn enorm geroerd door de muziek, zoeken contact, maar daarna vergeten ze het weer. ''We bellen nog'', zeggen ze. Sehnsucht hat hier keine Kontinuität. Het is als een specerij: morgen weer een andere. Het is een praktische manier van leven, er zitten zeker goede kanten aan. Maar ik kan zo niet leven.'

(Dit is een gedeelte van het hele interview.)
Copyright: de Volkskrant
[bekijk het artikel op de website van de Volkskrant]